terug naar de vorige pagina

Marie in het ziekenhuis

Hallo! Ik ben Marie. Mijn vriendje Victor heeft een speciale bol op zijn muts. Als Victor blij is, dan is de bol op zijn muts groen. Als hij bang, boos of verdrietig is, dan kleurt de bol rood.
Net als jij ben ik ziek. Ik moet een tijdje in het ziekenhuis blijven.
Aan de ingang van het ziekenhuis kun je door de draaimolen, oeps, sorry, draaideur naar binnen.
Aan het onthaal wijzen ze ons door naar de inschrijvingen ernaast.
Ik mag van mama op het knopje duwen om een ticketje te krijgen. Net zoals bij de slager!
We moeten even wachten want er zijn nog een paar mensen voor ons aan de beurt. Op het grote televisiescherm verschijnt eindelijk ons cijfertje. Mama geeft kaartjes aan de lieve mevrouw in het kleine hokje. De mevrouw tokkelt op haar computer.
We krijgen papieren, stickertjes en een armbandje van haar terug.
De kinderafdeling ligt op de vierde verdieping. Neem je de lift of ben je sportief genoeg om met de trap naar boven te gaan?
De deuren van de pediatrie zwaaien al voor ons open. Het lijkt precies alsof de vlindertjes erop echt vliegen!
Elke kamer heeft hier een nummer en een tekening. Zo kan iedereen gemakkelijk zijn kamer terug vinden. De namen van de kindjes worden ook op de deur geschreven. Zo weet iedereen wie ik ben.
Ik heb hier zelfs een bed op wieltjes!
Mijn mama of papa kan hier ook blijven slapen. Soms lukt dit niet, omdat ze moeten werken of bij mijn broer en zus thuis blijven. Het bed voor mama of papa zit in de kast. Nee, ik ben geen liegebeest! Het is echt waar, kijk maar!
Mijn buikje heeft honger. ’s Morgens brengt de verpleegster mijn boterhammen rond 7 uur op een dienblad. Zij haalt dit uit een speciale kar. Vandaag krijg ik choco. Lekker!
De verpleegsters zorgen goed voor mij, net zoals mijn mama en papa. Soms doen ze wel dingen die mij bang maken of pijn doen. Maar dat moet zo, zij willen mij helpen om te genezen. Heb je al gezien dat er op hun schorten leuke lieveheersbeestjes staan?
Mama en papa willen graag weten wat er met mij scheelt. De dokters gaan een paar onderzoeken doen. De kinderdokter noemen ze ook wel een pediater. Dat is een moeilijk woord! Elke dag komt de pediater om te horen hoe het met mij gaat. De dokter praat ook met mama en papa over hoe het verder moet. Vaak komt de dokter samen met andere mensen die nog naar school gaan om kinderdokter te worden. Dus schrik niet wanneer veel mensen je kamer binnenkomen. Ieder dag komt ook een lieve mevrouw bij mij. Zij noemen haar de speljuf. Zij heeft kasten vol speelgoed! Als ik op mijn kamer moet blijven van de dokter, brengt ze mijn lievelingsspeelgoed naar mij.
Zodra ik beter ben, mag ik van de dokter naar de speelzaal om te spelen. Eerst fiets ik een beetje op de stoere rode driewieler.
Ik zou nu graag een beetje knutselen. Doe je mee?
Als het mooi weer is, mag ik zelfs op het terras buiten spelen!
De babbeljuf praat intussen met mijn papa. Zij helpt ons de problemen thuis op te lossen en als ik met haar babbel, voel ik me vaak minder verdrietig.
Elke dag wordt mijn kamer gepoetst. De mevrouw zorgt dat alles terug netjes is. Ze heeft veel spulletjes in haar karretje zitten om alles proper te maken.
Tussen 11 en 12 uur krijg ik patatjes. Het is best lekker, maar mijn mama kookt nog veel beter!
Daarna doe ik een middagdutje. Terwijl mijn mama even naar de winkel gaat.
Als ik wakker word, voel ik mij plots een beetje misselijk. Ik pak snel mijn kartonnen bakje. Het is gelukkig loos alarm!
Of toch niet… Ik geef een beetje over in het zakje dat ik heb gekregen van de verpleegster.
Ik druk op de rode knop zodat de verpleegster kan komen. Gelukkig is ze er snel.
Rond 17 uur eet ik nog eens boterhammen. Smakelijk! Ik vind het leuker thuis dan in het ziekenhuis. Toch valt het best mee, want ik heb hier ook televisie. Weet je al dat ze hier een heleboel dvd’s hebben? Ik kijk graag naar Dora. En jij?
Het is bedtijd. Mama leest nog een verhaaltje voor het slapengaan.
Mama en ik kruipen elk in ons eigen bedje. Best gezellig zo een keertje samen op 1 kamer. Slaap lekker!