terug naar de vorige pagina

Hoe word ik beter?

De dokter kan je medicijnen geven. In het ziekenhuis is dat meestal via een infuus. Het kunnen ook pilletjes of siroop zijn. Er zijn ook andere dingen die we soms doen om je beter te maken, bijvoorbeeld:
  • als je moeilijk kan ademen, kan je zuurstof krijgen, een aerosol of tapotage;
  • als je een breuk hebt aan je arm of been, krijg je een gips of operatie;
  • als je pijn hebt in je buik, kan je een dieet, lavement of een operatie krijgen;
  • als je een grote snee hebt in je huid, kan men je hechten.
Om beter te worden moet je ook veel rusten.

Verhaal : aerosol

Ik heb thuis al vaak moeten aerosollen en hier in het ziekenhuis moet het nu ook. De verpleegster maakt mijn medicamentjes klaar.
Daarna krijg ik een grappig maskertje over mijn neus en mond. De verpleegster draait het knopje om naast mijn bed en het toestel begint te brommen. Door de lucht die er door het buisje geblazen wordt, worden mijn medicamentjes wolkjes. Zo kan ik ze beter inademen en worden mijn longen snel beter. Ik hoest en snotter op die manier minder. Ik kijk een beetje televisie en het is zo gedaan. Veel vlugger dan thuis!

Verhaal : bloedafname en infuus

Gelukkig was knuffel mee toen ik hoorde dat ik een prik moest krijgen. Dat was wel even slikken hoor. Gelukkig heeft de verpleegster soms toverzalf. Die legt ze een tijdje op mij, zodat ik straks de prik minder voel. In de onderzoekskamer staat er een bed met wit papier op, daar moet ik op gaan neerliggen. Er zijn heel veel witte kasten. Wat zou daar allemaal in zitten? Ik zie ook veel kleurrijke figuurtjes. Tel je even mee? De verpleegster kijkt naar mijn armen en handjes en zoekt naar een goede plaats voor de prik. Eerst moet de zalf er terug af. Ze wrijft op mijn hand met van dat slecht ruikend water….bah! En het is nog koud ook! Een tweede verpleegster houdt mijn arm stevig vast zodat ik hem niet kan weg trekken. Deze verpleegster duwt ook een beetje op mijn arm, zo loopt mijn bloed sneller en is het vlug voorbij. Ik mag hard in de hand van mijn mama knijpen en samen blazen we de pijn weg. We tellen samen af….1….2….3 en prik! Het is al voorbij! Dat viel best mee! Soms moet er wat van je bloed in kleine buisjes druppelen. Dat onderzoeken ze dan in het laboratorium. De buisjes met bloed worden in een capsule gestoken en door grote buizen naar de andere kant van het ziekenhuis gestuurd. Het lijkt wel op toveren. Eerst is de capsule er nog en plots is ze weg. Zag je ook dat de verpleegster het priknaaldje terug trok en dat enkel een klein hol draadje bleef zitten op de prikplek? Daarop maken ze doorzichtige kabeltjes vast. Die lopen naar een zakje die ze ophangen aan een kapstok op wieltjes. In het kleine zakje kunnen medicamenten zitten. De grote zak noemen ze met een moeilijk woord ‘baxter’. Het lijkt een beetje op water, maar er zitten ook voedingsstoffen in voor mij.
Daarna krijg ik een zacht plankje rond mijn arm dat ze vastmaken met allerlei kleine en grote plakkers. Het is precies een cadeautje! Zo blijft alles goed op zijn plaats zitten en moeten ze niet meer opnieuw prikken. Mama was ook heel blij toen het voorbij was. Van de verpleegster mag ik een verrassing nemen uit de troosttrommel. Een badeendje? Of potloodjes? Help jij me kiezen? Hier ben ik met mijn kapstok op wieltjes. Ik kan toch nog heel wat leuke dingen doen zoals kleuren en met de poppen spelen. Weet jij nog dingen die zouden lukken met maar 1 handje vrij? Als kindjes niet in het ziekenhuis opgenomen zijn en de dokter wil het bloed onderzoeken, dan gaan ze voor bloedprikken naar het priklabo. De tafel waar ik op moet zitten heeft mijn lievelingskleur. Weet jij welke kleur dat is? Omdat ik zo flink ben geweest, mag ik nog een klein geschenkje kiezen.

Verhaal : kine tapotage

De kinesiste is naar mijn kamer gekomen. Ze laat mij een aantal oefeningen doen, precies zoals de turnjuf op school. De kinesiste leert mij ook hoe ik beter kan ademen. Deze vrouw is eigenlijk een soort muzikant. Ze kan heel goed trommelen. Maar om te trommelen gebruikt ze geen trommels maar kindjes. In plaats van stokjes gebruikt ze haar vingers om te slaan. Slaan? Deze mevrouw zal helemaal niet hard slaan. Ze gaat zachte tikjes geven op mijn borst en rug. Zo komen de slijmen in mijn longen los.
De vrouw begint te trommelen. Takketakketak! Tikketikketik! Boem Boem Boem! Wat kan die mevrouw dat goed zeg. En wat ben ik een goede trommel. Jammer dat ik niet kan dansen op al die muziek. Papa staat ondertussen aandachtig te luisteren. Plots stopt de vrouw met trommelen. Het concert is gedaan. Wat was dat goed! Dat verdient een applaus!

Verhaal : operatie

Vandaag is een super-spannende dag. Ik moet naar de slaapdokter om mijn appendix er uit te laten halen. Appendix… dat is een moeilijk woord hé?! Het is een stukje darm. Als dit ontstoken is, krijg je veel pijn in je buik rechts onderaan en dan moet dat slechte stukje er uit.
Ik moet al mijn kleertjes uitdoen. Zelfs mijn nagellak moet af, omdat de dokter aan mijn nagels wil zien straks of alles in orde is met mij. Gelukkig geeft de verpleegster mij een operatiehemdje, zodat ik niet in mijn blootje sta. Deze pyjama is anders dan thuis, hij heeft veel knoopjes. De verpleegster stelt intussen veel vragen aan mijn mama en vult samen met mama veel papieren in. Dat is mijn dossier. Klinkt nogal, hé?! De verpleegster geeft mij een soort appelsap in een piepklein dopje. Het lijkt wel gemaakt door kabouter Plop! Hier word ik rustig van. Ik kijk nog eventjes televisie naar de dvd van Fabian in het ziekenhuis en dan is het mijn beurt om met mijn bed op wieltjes naar beneden te gaan naar het operatiekwartier. Op deze afdeling in het ziekenhuis komen mensen om zich te laten opereren. Speciale dokters, dat zijn chirurgen, maken je lichaam weer beter terwijl je slaapt. Je kunt het een beetje vergelijken met een garage waar ze auto’s repareren. Mijn mama moet zich nu ook verkleden. Ze krijgt een gekke, groene muts op en doet blauwe kousen over haar schoenen. Ze moet ook een blauwe operatieshort aandoen en een maskertje voor haar mond. Het is precies carnaval! Als mama klaar is, rijdt de verpleegster mij in een grote kamer met veel licht en grote toestellen. Ik moet op een ander bedje gaan liggen. Op het plafond zie ik kleurrijke figuurtjes. Ik zie een vlinder en jij? Ik krijg een soort wasknijper op mijn vinger. Hij is lekker zacht en doet geen pijn. Zo kan de slaapdokter straks kijken of mijn hart nog goed klopt en ik goed adem. De slaapdokter zet een maskertje op mijn neus en mond. Zo gaan ze me in slaap brengen voor de operatie. Ik probeer nog tot 10 te tellen, maar 1, 2, 3… en ik ben al in dromenland. Tot hoe ver ga jij kunnen tellen? De dokter gaat nu mijn buik beter makenMama wacht even in de wachtruimte tot de dokter klaar is en haar even komt vertellen hoe het gegaan is. Wanneer ik wakker word, lig ik in een kamer vol slapende kindjes. Deze kamer heten ze de kinderrecovery of ontwaakruimte voor kinderen. Mijn mama mag terug bij mij zijn terwijl ik wakker word. Ik voel mij moe en een beetje suf. Gelukkig is de verpleegster superlief en als ik goed wakker ben, mag ik terug met de lift naar boven met mijn bed op wieltjes.

Dieet

Soms zegt de dokter dat je je voeding moet aanpassen. Dan moet je letten op wat je eet. Je kan een dieet moeten volgen omdat je te veel of te weinig weegt. Het kan ook gebeuren dat je ziek wordt van bepaalde soorten voedsel door de ingrediënten die erin zitten. Mensen die allergisch zijn voor noten, mogen bijvoorbeeld niets eten met noten in. Mensen met suikerziekte moeten ook hun voeding aanpassen. En als je te veel of te weinig naar het toilet kan gaan, dan komt de diëtiste langs om je te vertellen wat je beter wel en niet eet.

Gips

Gips is een verband dat hard wordt. Als je iets gebroken hebt, word je in het gips gestoken zodat het gebroken bot niet kan bewegen en goed kan genezen. Soms wordt je arm in een mitella gestoken. Dit is een soort doek voor rond je nek zodat je arm kan rusten. Als je been in het gips zit, moet je misschien krukken of een rolstoel gebruiken. Na enkele weken zijn de gebroken botten terug netjes aan elkaar gegroeid en mag het gipsverband er af.

Hechten

Bij hechten maakt men de wondranden van een wond aan elkaar vast met een draadje. Het lijkt een beetje op naaien. De wond geneest hierdoor sneller en je hebt minder kans op littekens. Sommige draadjes lossen vanzelf op, anderen moeten weer worden weggehaald door de arts. De chirurg kan ook hechten met nietjes. Meestal word je hiervoor een beetje verdoofd, zodat het minder pijn doet.

Lavement

Bij een lavement brengt de verpleegster een soort water in je poep waardoor je gemakkelijker naar het toilet kan gaan. De verpleegster zal vragen om op je zij te liggen en je knietjes op te trekken. Zo gaat het gemakkelijker. Als je even diep zucht en aan iets leuks denkt, is het zo voorbij! Daarna zal de verpleegster je helpen om de billetjes dicht te houden, zodat de medicijnen er niet te snel uitlopen. Niet lang erna zal je vast en zeker op het potje kunnen gaan! Of ga jij liever al op het grote toilet?

Zuurstof

Zuurstof wordt gegeven via een masker of een neusbril. Een neusbril is een klein plastic buisje dat voor je neus wordt geplaatst. Zo kan je beter ademen.