terug naar de vorige pagina

Mijn ogen

Je oog is het zintuig waarmee je kan zien.

Bijziendheid

De oogarts noemt dit moet een moeilijk woord “myopie”. Dit is een afwijking van je oog waarbij je alleen dingen van dichtbij goed kan zien. Dingen in de verte kan je dan niet goed zien, hiervoor heb je een bril nodig. Je kan ook lenzen dragen. De sterkte van de bijziendheid wordt uitgedrukt met een – en een cijfer erna. Hoe groter het cijfer, hoe minder goed je veraf ziet

Lui oog

De dokter noemt dit met een moeilijk woord “amblyopie”. Het betekent dat één van je ogen minder goed ziet dan het andere. Een bril helpt niet. De oogarts stelt dan vaak voor om je goede oog af te plakken, zodat je slechte oog moet werken en beter kan worden.

Verziendheid

De oogarts noemt dit moet een moeilijk woord “hypermetropie”. Dit is een afwijking van je oog waarbij je alleen dingen in de verte goed kan zien. Voor dingen dichtbij heb je een bril nodig. Je kan ook lenzen dragen. De sterkte van de verziendheid wordt uitgedrukt met een + en een cijfer erna. Hoe groter het getal is, hoe slechter je dichtbij ziet.

Scheel zien

Strabisme is het moeilijke woord voor scheel zien. De oogspieren zijn dan niet van beide ogen even sterk, waardoor de ogen niet in dezelfde richting kijken. Eén van de ogen draait dan naar boven, beneden, binnen of buiten, terwijl het andere oog recht vooruit kijkt. Het is belangrijk om dit snel te behandelen zodat je later geen slecht zicht krijgt. Men dekt dan meestal het beste oog af, zodat het andere oog moet werken. Deze behandeling noemt de dokter ‘occlusie’. Soms is een bril (tijdelijk) nodig. Vaak moet het oog geopereerd worden onder verdoving tijdens een dagopname. Na de ingreep kan je meteen gewoon kijken. Je ogen zien wel rood en voelen soms een beetje zanderig aan. Je moet ook gedurende enkele weken oogdruppels aanbrengen.