terug naar de vorige pagina

Mijn buik

Je spijsvertering is alles wat in je maag en darmen gebeurt. Het is met andere woorden de reis van het voedsel van aan je mond tot aan je poepgaatje, dit is de anus, waar je kaka uit je lichaam komt. Je lichaam heeft voedsel nodig zoals een auto benzine. Deze brandstof geeft je energie. Een boterham met kaas en een glas melk komen via je mond en je slokdarm in je buik terecht. Daar zitten je maag en darmen. Je maag kneedt de boterham en de melk stevig door elkaar en maakt er een soort papje van. Dat papje wordt door je maag naar je darmen gestuurd. Je darmen halen de voedingsstoffen uit het eten die je lichaam nodig heeft om te groeien en gezond te blijven. Wat je lichaam niet nodig heeft, komt eruit via je urine, dit is je plas, en via je stoelgang, dit is je kaka. Als je honger hebt, gaat je buik knorren. Soms heeft je buik juist geen zin in eten. Je voelt je ziek en alles wat je eet, komt meteen weer naar buiten. Je moet overgeven of je krijgt last van diarree. Soms komt er lucht in je maag. Die lucht stuurt je maag terug: je laat een boer. Ook je darmen moeten af en toe een luchtje kwijt. Bij het verteren van je eten komen gassen vrij die naar buiten kunnen floepen. Dit noemen we windjes.

Appendicitis

Appendicitis is een moeilijk woord voor een blinde-darm-ontsteking. Bij een ontsteking van de blinde darm krijg je erge buikpijn in je rechteronderbuik en koorts. Je bent ziek en misselijk. Het is belangrijk dat de dokter de darm er op tijd uithaalt door een klein gaatje in je buik te maken anders kan hij openbarsten zoals een worstje in de pan. Een appendix kan niet meer terug aangroeien. Dus als de blinde darm eruit is, kun je hier nooit meer ziek van worden. Goed, hé!

Besnijdenis

Dit is een kleine operatie waarbij de dokter-uroloog bij een jongentje een stukje of de volledige voorhuid van de penis wegneemt. Een moeilijk woord hiervoor is "circumcisie". Dit doet men omdat men daar pijn heeft, bijvoorbeeld bij “fimosis”, of ook in bepaalde godsdiensten.

Blaas – en nierproblemen

De dokter noemt een blaasontsteking met een moeilijk woord “cystitis”. Als je vaak kleine beetjes moet plassen en hierbij pijn hebt, kan het zijn dat je een blaasontsteking hebt. Je plas kan er dan troebel en ondoorzichtig uitzien. Het komt meer voor bij meisjes dan bij jongens omdat ze een kortere urinebuis hebben en omdat hun poep- en plasgaatje dichter bij elkaar liggen. Daarom is het belangrijk dat als je naar het toilet gaat je telkens van voor naar achter af te vegen. Bij een blaasontsteking geneest de dokter je met antibiotica. Als je nieren ontstoken zijn, spreekt de dokter van “glomerulonefritis” of “pyelonefritis”, afhankelijk van welk deel van je nieren ontstoken is. De dokter kan dit zien via een onderzoek van je urine, maar ook op echo, scan en bloedonderzoek. Je krijgt dan een infuus met antibiotica.

Buikgriep

De dokter noemt dit met een moeilijk woord “acute gastro-enteritis”. Dit is een ontsteking van je maag en darmen waarbij je buikpijn, diarree en koorts krijgt en moet overgeven. Het komt meestal door een virus of een bacterie met namen als salmonella, campylobacter, coli…

Diabetes

Diabetes of suikerziekte is hetzelfde. Je kent dat misschien omdat je oma of opa deze ziekte heeft. Maar ook kinderen kunnen dit krijgen. Diabetes is een ziekte waarbij je te veel suiker in je bloed hebt. Bij deze ziekte werkt een orgaan in je buik niet goed meer, namelijk de pancreas. De pancreas maakt dan te weinig insuline aan en deze stof hebben we nodig om suiker om te zetten in energie. Je hebt suiker nodig als brandstof om dingen te kunnen doen zoals sporten, denken, gamen, leren, rennen en spelen. Maar als je te veel suiker in je bloed hebt, word je ziek. Dan heb je steeds dorst, je drinkt en plast heel veel en je bent vaak moe. Het kan ook gebeuren dat je te weinig suiker hebt, doordat je te veel insuline ingespoten hebt of te weinig hebt gegeten. Dan word je bibberig, slap, agressief of zenuwachtig. Je kan zelfs flauwvallen! Het helpt om dan een beetje druivensuiker, banaan, cola of appelsap te nemen. Als dat niet helpt, moet je naar het ziekenhuis om via een infuus suiker te krijgen. Dus: zowel te veel als te weinig suiker is niet goed. Suikerziekte is nog niet te genezen, maar met een gezonde voeding en de juiste hoeveelheid insuline voel je je wel gezond en kun je alles doen wat andere kinderen ook doen.

Diarree

Je darmen voelen zich zo ellendig dat ze snel de stoelgang eruit willen. Je moet vaker naar het toilet. Je levert geen stevig pakje af, maar een veel te dunne brij. Je darmen nemen niet de tijd om het water eruit te halen. Daarom is het belangrijk om veel te drinken. Het beste drink je water met zout en suiker.

Buikpijn

Buikpijn kan je krijgen door veel verschillende dingen. Bij een longontsteking heb je vaak pijn in je buik. Ook van stress kun je last hebben van je buik. Vaak komt buikpijn door een bacterie met rare namen zoals salmonella, campylobacter, coli… Je kan ook buikgriep hebben. Dan is je buik ziek door een virus. De dokter noemt dit met een moeilijk woord “acute gastro-enteritis”. Dit is een ontsteking van je maag en darmen waarbij je buikpijn, diarree en koorts krijgt en moet overgeven.

Maagpijn

Vaak komt maagpijn voor doordat je moeilijk eten verteert en door een ontsteking van de maag, dit is een “gastritis”. Je kan dan zure oprispingen hebben en een branderig gevoel in de maag vooral ’s nachts.

Obstipatie

Ostipatie is het tegenovergestelde van diarree. Je darmen zijn verstopt. Bij obstipatie is je stoelgang hard en stapelt zich op in je buik. Daar kun je erge buikpijn van krijgen. Er zijn verschillende oorzaken. Soms kan een bepaalde soort eten voor te harde stoelgang zorgen, zoals chocolade, vooral in combinatie met weinig lichaamsbeweging en te weinig drinken. Soms zit de stoelgang te lang in je buik omdat je te lang wacht om naar het toilet te gaan. Geneesmiddelen kunnen ook verstopping geven. En het ene kind kan ook gemakkelijker naar het toilet dan het andere. De verpleegster brengt dan een vloeistof in je poep, dit is een lavement, waardoor je gemakkelijker naar het toilet zal kunnen gaan.

Reflux

Het woord reflux betekent terugstromen. Zo kan je bijvoorbeeld reflux van de maag of nieren hebben. Bij reflux van de maag komt het maagzuur terug naar boven in je keel of mond. Dit geeft een branderig gevoel. Bij reflux van de nieren keert de urine terug van de blaas naar de nieren. Hiervan kunnen je nieren ontsteken.